De Hebreeuwse grammatica

_

De concordante visie op het Hebreeuws leidt, net zoals bij het Grieks, tot een grammatica die afwijkt van het gangbare gezichtspunt, maar ook hier met verrassende resultaten en de mogelijkheid om consistent te kunnen vertalen. Hoewel de analyse van de Hebreeuwse grammatica nog niet geheel is afgerond, geven we hier de gevolgde methodiek wat betreft de tijdsaspecten van het werkwoord.

Het Hebreeuws van het OT heeft strikt genomen geen werkwoords-vormen die een verleden tijd of een toekomende tijd uitdrukken. Wanneer de stam van het werkwoord in het Hebreeuws voorzien wordt van een achtervoegsel, dan ligt de nadruk op het feit waarvoor het werkwoord staat. In de concordante idiomatische, Hebreeuws-Nederlandse interlineair wordt dit weergegeven met de gangbare, klassieke Nederlandse o.t.t., bijvoorbeeld: ik-loop. Het wordt aan de lezer overgelaten of hij in een betreffende zin voor deze vorm een o.v.t. wil gebruiken, bijvoorbeeld: ik-liep.

Wanneer de stam van het werkwoord in het Hebreeuws voorzien wordt van een voorvoegsel, dan ligt de nadruk op de onvoltooide handeling waarvoor het werkwoord staat. Dit heeft in de concordante, idiomatische Hebreeuws-Nederlandse interlineair de betekenis van: ‘ik ben aan het lopen’, in onze interlineair weergegeven met: ′ik-loop, waarin het vertikale streepje (′) de ‘duratieve’ vorm weergeeft. Het wordt aan de lezer overgelaten of hij in een betreffende zin voor deze vorm een toekomende tijd wil gebruiken, bijvoorbeeld: ik-zal-lopen.

De voorzetsels worden eenduidig aangegeven, zonder op de idiomatische betekenis in de zin te letten, dus b is altijd ‘in’, m is altijd ‘vanaf’, t is altijd ‘tot’.

De ‘athnach‘, de aanduiding van het lijdend voorwerp, wordt weergegeven met een dubbele pijl (»).

Op dit moment volgt de grammatica van de ‘clis.nl’ [WLC] nauwgezet de Westminster Hebrew Morphology (WHM), om de lezer in de gelegenheid te stellen de traditionele Hebreeuwse grammatica te volgen en de Nederlandse weergave daarvan op diens waarde te beoordelen.